Zwichten de kenners langzaam maar zeker voor de smaak van het grote publiek?

Published: March, 2020, HET FINANCIEELE DAGBLAD

Een van de geheimzinnigste fenomenen in de kunst-wereld is smaak. Smaken verschillen, over smaak valt niet te twisten: dat zijn cliché uitspraken die vaak van pas komen als we over kunst praten. Ze suggereren dat we vrij en subjectief zijn in onze keuzes omtrent dat wat we interessant of mooi vinden. Niets is echter minder waar: elke peri-ode kent zijn eigen smaak met ongeschreven regels.

Hoe individueel we ook denken te zijn, we zijn onderworpen aan het dictaat van de sociaal-politieke context, de bagage van (kunst)geschiedenis, technologische ontwikkelingen en de on-grijpbare zeitgeist, een soort bewust-zijn dat bij een specifieke tijd hoort. Deze laatste is het moeilijkst te vangen, zoals dat met geesten altijd het geval is.

Sorry, u bent dus niet zo vrij en voor-al niet zo origineel in uw keuzes als u denkt. Volgens Glenn Brown kan je ook als kunstenaar beter niet te origineel zijn, want dan is je kwaliteit niet zichtbaar. Je originaliteit is alleen traceerbaar binnen het bekende systeem. Of, zoals prachtig verwoord door de grote kunsthistoricus Adolf Riegl, niet elke gedachte is mogelijk in elke tijd.
Het is vandaag moeilijk voor te stellen, maar de achttiende-eeuwse kunst-connaisseurs lieten Rembrandt en de Vlaamse primitieven links liggen. Dichterbij in de tijd, nog maar vijftien jaar geleden, had bijna niemand interesse in Afro-Amerikaanse kunstenaars als Jack Whitten en Kerry James Marshall.Beiden worden nu vertegenwoordigd door de megagaleries (in het geval van Whitten betreft het diens na latenschap). Hun werken brengen op veilingen niet zelden miljoenen dollars op en de schare bewonderaars groeit in rap tempo.

#BLACKLIVESMATTER

Deze collectieve smaakdeformatie geldt niet alleen voor de verzamelaars. Ook de musea hebben veel excellente kunstenaars over het hoofd gezien en proberen nu halsoverkop deze gaten in hun collecties te dichten.

Het San Francisco Museum of Modern Art heeft bijvoorbeeld vorig jaar het schilderij Untitled (1960) van de naoorlogse held Mark Rothko voor $50,1 mln verkocht om Afro-Amerikaanse en vrouwelijke kunstenaars aan te kunnen schaffen. Een van de eerste werken die het museum heeft gekocht was een abstract schilderij van de Afro-Britse Frank Bowling, die vorig jaar op een leeftijd van 84 jaar zijn eerste, adembenemende, retrospectief in het Tate Britain heeft gehad.

Vraagt u zich af hoe het kan dat deze grandioze kunstenaars simpelweg niet gezien werden? Deels omdat het kunstsysteem ze uitsloot. Dat vervangt slechts de ene vraag door de andere: Waarom laat het systeem deze kunstenaars nu wel toe en vijftien jaar geleden niet? Natuurlijk was het werk van Marshall formeel even sterk als nu, maar de brede interesse van vandaag heeft te maken met transformaties van een andere aard: de zogenoemde #blacklivesmatter beweging werd populair en postkoloniale naweeën kregen volop aandacht.

Bovendien zijn er nieuwe Afro-Amerikaanse verzamelaars op gestaan die hun eigen helden claimen.In2019was de rapper Diddy bereid $21,1 mln te betalen voor Marshalls schilderij Past Times uit 1997 met, zoals altijd, alleen zwarte personages. Marshalls schilde-rijen zijn toegankelijk, niet schokkend, maar dubbelzinnig genoeg om een politieke boodschap van sociaalactivisme en ruimdenkendheid uit te dragen. Smaak is ten dele een kwestie van een identiteitskeuze en de sociale houding die je wilt uitstralen.

Een ander opvallend kenmerk van de smaak anno 2020 is de omarming van kitsch en populisme. Zoals in de barokke tijd mythologie een excuus was om pornografie aan je wand te hangen, zozijn vandaag de dag kunstenaars die zogenaamd commentaar leveren op kitsch een excuus om kitsch in huis te halen. Denk hierbij bijvoor-beeld aan de groene en roze sculpturen met daarop geschilderde vlinders van Nicolas Party.

ELITAIRE CONSERVATIEF

Onze officiële kunstsmaak is langzamerhand gezwicht voor de druk van bredere populistische trends: ‘de kiezer heeft gelijk’ is vertaald naar ‘de smaak van het publiek telt’.
Niemand wil worden aangezien voor een elitaire conservatief die de aan-sluiting mist bij de coole socialemedia-crowd. Endus worden kunstenaars zoals Banksy en Kaws door de markt en ook door het discours omarmd.

Banksy’s verrassende stunt tijdens een veiling op Sotheby’s in 2018, waar-bij zijn schilderij Girl with Balloon uit 2006 zichzelf begon te versnipperen, werd gecategoriseerd als performance art (verkocht voor $1,4 mln). Zijn aapjes en kussende politieagenten gaan voortaan als democratische kunst door het leven.

KAWS, bekend door zijn rondvormige mannetjes met kruisjes in plaats van ogen, werd tot voor kort door bijna niemand in het kunstestablishment serieus genomen. Inmiddels wordt hij vertegenwoordigd door de gerespecteerde galerie Skarstaedt; zijn solotentoonstelling in Qatar vorig jaar werd georganiseerd door de vooraanstaande curator Germano Celant en zijn schilderij The Simpsons werd voor $14,8 mln verkocht op een veiling in Hongkong.

De artdealersfamilie Mughrabi, die hevig bij de markt van Warhol is betrokken, bezit ook veel werken van Kaws. Dat verklaart de forse prijsstijging enigszins, maar ook in dit geval roept de ene vraag de andere op: Waar-om investeren de Mughrabi in deze kunst?

De volledige uitspraak van filosoof Immanuel Kant luidt: ‘Over smaak valt wel te twisten, maar niet te discussiëren’. Dat betekent dat we over onze individuele voorkeuren kunnen strijden, maar dat we ze niet rationeel kunnen beargumenteren. Mij lukt het ook niet. Onze smaak reflecteert in elk geval de woelige tijden waarin we leven.